Afhankelijk van de frequentie van de straling, wordt er onderscheid gemaakt in:
- Elektromagnetische straling: 0 Hz tot 300 Ghz. (niet ioniserende straling)
- Optische straling: 300 GHz tot 3 PHz. (infrarood straling, zichtbaar licht en ultraviolette straling)
- Ioniserende straling: frequentie groter dan 3 Phz.
Optische straling en niet-ioniserende straling worden in een ander hoofdstuk behandeld.
Ioniserende straling kan in twee vormen voorkomen met elk hun eigen eigenschappen:
- Alfa-, bètastraling, neutronen en protonen (stralingsdeeltjes)
- Gamma- en röntgenstraling (pakketjes energie of elektromagnetische straling)
De bronnen van ioniserende straling in werksituaties kunnen worden onderverdeeld in:
- Toestellen: Dit zijn apparaten die ioniserende straling kunnen uitzenden als ze gevoed worden door elektriciteit. Voorbeelden zijn röntgentoestellen en versnellers in ziekenhuizen of in de industrie of bijvoorbeeld bagagescanners.
- Radioactieve stoffen: Dit zijn stoffen die ioniserende straling uitzenden, bijvoorbeeld door de mens of in de natuur/kosmos gemaakte bronnen. Voorbeelden van door de mens gemaakte bronnen worden bijvoorbeeld gebruikt bij lasnadenonderzoek.
In de kassenbouw- en kasinstallatiebranche kan men alleen te maken hebben met ioniserende straling bij bijvoorbeeld lasnaadonderzoek. Deze werkzaamheden worden uitbesteed aan gespecialiseerde firma’s.
Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:
Selecteer in de tabel een Beheersmaatregel om te bekijken, of maak een selectie voor een printervriendelijke versie of om als PDF op te slaan.